Inhoud

  • Sarphatistraat 7
    1017 WS Amsterdam
    logo-gemeente-amsterdam (1)
  • Kastanjelaan 400
    5616 LZ Eindhoven
    eindhoven_pms485_liggend_bb (1)
  • Stationsplein 45
    3013 AK Rotterdam
    Group 47

Actualiteiten jurisprudentie geluid – juni 2022

Een selectie van de uitspraken die in de periode van 25 mei tot met 22 juni 2022 zijn gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“de Afdeling”). Onderwerpen die aan bod komen zijn de afstemming van planregels op het akoestisch onderzoek, maximale planmogelijkheden, overschrijdingen door stemgeluid, brandweersirenes en lossende vrachtwagens, koffiedrinkende bakkers en een erfgoedvereniging die de ambtenaren van Den Helder wil beschermen tegen culturele geluiden.

Ruimtelijke ordening

Afstemming akoestische onderzoeken en planregels

Bij de Afdeling wordt regelmatig met succes aangevoerd dat de maximale planmogelijkheden niet zijn onderzocht. In de akoestisch onderzoeken worden dan bepaalde uitgangspunten gehanteerd, terwijl de planregels veel meer toestaan. Dat kan tot twee uitkomsten leiden. Of er moet alsnog akoestisch onderzoek worden gedaan om te onderbouwen dat een maximale planinvulling ook aanvaardbaar is, of de planregels moeten worden aangepast. Meestal is dat laatste de makkelijkste optie als het bestemmingsplan op een concrete ontwikkeling is gericht en er weinig behoefte is om flexibiliteit in te bouwen.

Ook deze maand zijn er twee uitspraken waarin het bestemmingsplan niet goed is afgestemd op de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek:

Formulering planregels school Borne: ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1615

Het bestemmingsplan kent een maatschappelijke bestemming toe. Behalve een school zijn daar ook allerlei andere invullingen denkbaar die niet zijn onderzocht. De ruime bestemming moet daarom worden beperkt.

Ook is onvoldoende rekening gehouden met de richtafstand uit de VNG-brochure. De richtafstand voor een school is in dit geval 30 meter. Het schoolplein is voorzien op een afstand van minimaal 30 meter, maar dit is niet vertaald in de planregels.

Formulering planregels Ridder van Catsweg 683 Gouda: ABRvS 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1504

In het akoestisch rapport is ervan uitgegaan dat de parkeergarage op de begane grond gesloten wordt uitgevoerd, op enkele roosters voor ventilatie na. Dit is in het bestemmingsplan echter niet vastgelegd. Het rapport stemt daarom niet overeen met de maximale planmogelijkheden.

In deze uitspraak komt overigens ook de indirecte hinder aan de orde, die wordt veroorzaakt als gevolg van verkeer afkomstig van de voorziene ontwikkeling (4 appartementsgebouwen). De streefwaarde van 50 dB(A) uit de Schrikkelcirculaire wordt met 3 dB overschreden in de avondperiode. De vraag is daarom of de binnenwaarde van 35 dB(A) kan worden gewaarborgd. Dat de gevelwering van de woningen afdoende zal zijn, wordt voldoende aannemelijk gemaakt aan de hand van een rapport waarin wordt onderbouwd dat een woning met niet afgedichte raamkieren, niet gedempte ventilatieroosters en enkel glas al een geluidreducerend vermogen behaalt van 13 dB.

Multifunctionele accommodatie Zwammerdam: ABRvS 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1501

Het plan voorziet in de bouw van een multifunctionele accommodatie (MFA) voor een dorpshuis, school, gymzaal, kinderopvang en een brandweerkazerne. Omwonenden vrezen voor een aantasting van hun woonklimaat.

Reële invulling maximale planmogelijkheden

Ook in deze zaak wordt aangevoerd dat de maximale planologische mogelijkheden niet zouden zijn onderzocht. De Afdeling laat in deze uitspraak zien dat puur theoretische invullingen niet hoeven te worden onderzocht. Het gaat om wat een “reële invulling” is van de maximale planmogelijkheden. Zo acht de Afdeling het niet realistisch dat in een klein dorp zoals Zwammerdam, in een multifunctioneel gebouw dat is bestemd voor allerlei maatschappelijke functies alleen één groot theater zou worden gevestigd. Die invulling hoefde dus niet te worden onderzocht.

De Afdeling overweegt ook dat het niet aannemelijk is dat de aanduiding ‘evenementen’ ingrijpende gevolgen zal hebben voor de leefomgeving. Volgens de Afdeling is het niet realistisch te achten dat evenementen meer dan incidenteel zullen plaatsvinden (wetende dat dit wordt gereguleerd door de APV). Die conclusie lijkt mij dan al wat minder vanzelfsprekend, juist in een klein dorp.

Geringe en incidentele overschrijdingen aanvaardbaar

Aan de richtafstanden van de VNG-brochure wordt voldaan. Wel is akoestisch onderzoek gedaan naar het stemgeluid van kinderen op het schoolplein en het uitrukken van de brandweer.

Het stemgeluid van spelende kinderen kan leiden tot een overschrijding met 1 dB van de maximale geluidniveaus uit het Activiteitenbesluit. Door het maximale geluidniveau van de uitrukkende brandweer (dichtslaande portieren en sirene) wordt de richtwaarde van 60 dB(A) voor de avondperiode overschreden tot 76 dB(A). Dit kan bij de betreffende woningen leiden tot slaapverstoring.

De gemeenteraad heeft gesteld dat het aantal keren dat de brandweer uitrukt in de avond- of nachtperiode niet hoog is. De brandweer zou gemiddeld eens per week uitrukken en dat moment kan ook in de dagperiode vallen.

De geringe overschrijding als gevolg van stemgeluid en de incidentele overschrijding als gevolg van het met een sirene uitrukken van de brandweer in de nachtelijke uren, heeft de gemeenteraad aanvaardbaar mogen achten. Dit gelet op het maatschappelijk belang van de aanwezigheid van een school en het incidentele karakter van het sirenegeluid bij het uitrukken van de brandweer ’s nachts.

Geluidbelasting tuin

Dat het geluidsniveau in de tuinen niet is onderzocht, is overigens geen probleem. De jurisprudentie op dit punt is de afgelopen periode wat genuanceerd. In beginsel moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook worden gekeken naar de geluidbelasting in de tuin. Maar als die tuin op dezelfde afstand ligt als de gevel, of zelfs verder weg van de geluidbron, dan is dat niet nodig. De tuin dient dus met name onderwerp van onderzoek te zijn als die dichterbij ligt dan de gevel en de geluidbelasting daar in betekenende mate hoger kan zijn.

Supermarkt Scherpenzeel: ABRvS 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1539

In Scherpenzeel wisselen twee supermarkten van locatie en is het de bedoeling om nieuwbouw te plegen.

De supermarkt zal moeten voldoen aan het Activiteitenbesluit. Bij overschrijding van de geluidnormen kan handhavend worden opgetreden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast gekeken hoe het zit met activiteiten die zijn uitgezonderd van toetsing aan de geluidnormen, zoals het laden en lossen in de dagperiode.

Volgens het akoestisch rapport zou het maximale geluidniveau op een nabijgelegen woning 86 dB(A) zijn. Bij nader inzien blijkt dat echter geen realistisch scenario. Een vrachtwagen zou dan namelijk met vol vermogen moeten wegrijden. De laad- en losplaats is zo gelegen dat de vrachtwagens bij het wegrijden een straat op moeten rijden, waar in beide richtingen verkeer rijdt. Hierdoor zal de vrachtwagen niet de mogelijkheid hebben om hard op te trekken en hard weg te rijden. Het is daarom verdedigbaar om met een lager bronvermogen dan 108 dB(A) te rekenen. Uitgaand van een bronvermogen van 98 dB(A) is de geluidbelasting op de gevel 76 dB(A). Omdat deze maximale geluidbelasting het gevolg is van laden en lossen, dit alleen in de dagperiode een beperkt aantal keren plaatsvindt en het gaat om het centrumgebied van Scherpenzeel, heeft de raad dit aanvaardbaar mogen achten.

De Afdeling merkt wel op dat het uitgangspunt in het akoestisch onderzoek is dat het laden lossen inpandig plaatsvindt. Dat is ten onrechte niet vastgelegd in de planregels.

Manege Dongeradeel: ABRvS 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1682

In het bestemmingsplan wordt een manege toegestaan. Dit valt in milieucategorie 3.1. Tot voor kort waren er bedrijven in milieucategorie 3.2 toegestaan. De gemeente stelt zich op het standpunt dat het voor de omwonenden dus alleen maar beter kan worden. De omwonenden stellen daar tegenover dat er sinds 2009 al geen bedrijf meer was gevestigd. Het is dus een theoretische verbetering en het zegt niks over de hinder van een manege.

De Afdeling oordeelt dat de gemeente te kort door de bocht gaat. De gemeente had moeten onderzoeken of en waarom de ruimtelijke effecten en de geluidsbelasting van een manage naar de huidige inzichten aanvaardbaar zijn. Er ligt nu in het geheel geen onderzoek.

Kortom, het enkele feit dat het beter wordt, maakt het nog niet goed.

Wegensteunpunt Zevenaar: ABRvS 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1694

De gemeente Zevenaar wil een nieuw wegensteunpunt aanleggen (ombouw van een voormalige grenspost) en stelt hiervoor een bestemmingsplan vast. Maar zij krijgt van de Afdeling de deksel op de neus. Een omwonende die het niet eens was met de geluidsrapportage wist duidelijk te maken dat de gemeente zwabberde in haar redeneringen en standpunten ten aanzien van de geluidsnormen die zij van toepassing achtte (geluidniveau van het wegverkeer verminderd met 10 dB of referentieniveau op basis van L95). Daarnaast had de gemeente zelf ook geen onderzoek verricht naar de L95 ter hoogte van het perceel van de betrokken omwonende, maar alleen onderbouwd waarom het onderzoek dat de omwonende had laten uitvoeren niet juist zou zijn. De gemeente moet haar huiswerk opnieuw doen.

Uitbreiding bakkerij in ‘historisch’ Edam: ABRvS 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1697

De gemeente Edam heeft de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een bakkerij in ‘historisch’ Edam geweigerd. De omgevingsvergunning was onder meer nodig om te kunnen afwijken van de bestemming ‘wonen’. De bedoeling is om de bestaande bakkerij uit te breiden met een naastgelegen pand en de binnenplaats daar tussenin te overkappen. Op de begane grond in het naastgelegen pand zou een personeelsruimte, opslagruimte en werkkamer worden gerealiseerd. In de overdekte ruimte op de dan voormalige binnenplaats moeten koelcellen worden geplaatst.

Uit een akoestisch onderzoek blijkt dat geen goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd vanwege het risico op geluidsoverlast ingeval deze verbouwingen worden uitgevoerd. In het akoestisch onderzoek is vermeld dat in de personeelsruimte soms achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht. Het toelaatbare muziekniveau is erg laag en zelfs zonder muziek in de kantine is er kan op geluidsoverlast aanwezig, voornamelijk door stemgeluid, aldus het onderzoeksrapport.

Enkele omwonenden keren zich ook tegen deze verbouwingsplannen en stellen ook dat zij vrezen voor geluidsoverlast, met name vanwege de dunne wandjes van hun 16e eeuwse woningen. Zij steunen de gemeente in de weigering van de gevraagde omgevingsvergunning.

De bakker probeert te beargumenteren dat deze vrees voor geluidsoverlast onterecht is, omdat in de personeelsruimte slechts 3 personen tegelijk aanwezig zullen zijn (ondanks dat er 20 medewerkers bij de bakker werkzaam zijn) en dat deze 3 personen niet om 7:00 uur ’s ochtend al koffie gaan drinken. Ook laat hij nog zien dat de personeelsruimte niet grenst aan een slaapverdieping van het buurpand maar een woonkamer.

Deze ‘zoete broodjes’ gaan bij de Afdeling echter niet over de toonbank. De Afdeling concludeert dat de bakkerij door de verbouwingen dichter bij de woningen van de omwonenden komt en dat het risico op geluidsoverlast groter is in dat in de huidige situatie. De omstandigheden dat er een negatief akoestisch onderzoek ligt, dat inherent aan de business al heel vroeg gewerkt wordt, dat de aangrenzende historische woonpanden dunne muren hebben, dat niet gehandhaafd kan worden dat er slechts 3 personeelsleden tegelijk koffie drinken in de personeelsruimte, acht de Afdeling een voldoende motivering voor het standpunt van de gemeente.

Bouwbesluit en relativiteit

Nieuw gemeentehuis in historische bebouwing Den Helder: Voorzieningenrechter ABRvS 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1473

De gemeente Den Helder gaat haar gemeentehuis onderbrengen in een monumentaal pand in Den Helder gelegen op het Willemsoord terrein, waar ook allerlei andere historische bebouwing aanwezig is, met name gericht op nautische (culturele) activiteiten.

Voor de realisatie van het gemeentehuis moeten verbouwingen en zelfs sloopwerkzaamheden worden verricht. Een erfgoedvereniging is het niet eens met deze plannen en stelt hoger beroep in en vraagt tevens een voorlopige voorziening aan. De erfgoedvereniging stelt in dit hoger beroep aan de orde dat het nieuwe gemeentehuis niet zal voldoen aan de geluidseisen voor geluid van buiten op grond van het Bouwbesluit en dat de aanwezigen in het gemeentehuis zullen gaan klagen over geluidsoverlast door de werkzaamheden die plaatsvinden ten behoeve van de op Willemsoord gehuisveste culturele (nautische) instellingen, waaronder het Marine museum en de aanwezige verzameling van historische schepen.

De Rechtbank werpt de erfgoedvereniging in eerste instantie tegen dat zij geen beroep kan doen op de artikelen 3.1 t/m 3.5 Bouwbesluit omdat deze artikelen niet het belang van de erfgoedvereniging beogen te beschermen (relativiteitsbeginsel). Interessant is dat de voorzieningenrechter van de ABRvS daar anders over denkt. Ik begrijp de redenering van deze voorzieningenrechter zo dat de erfgoedvereniging zich wel op deze geluidsnormen kan beroepen omdat zij nu juist het belang van de (culturele nautische) activiteiten behartigt die het geluid produceren. Vanuit dat perspectief bezien, is een beroep op deze geluidsnormen uit het Bouwbesluit denk ik terecht.

Het resultaat van dit beroep blijft overigens teleurstellend voor de erfgoedvereniging. De normen uit het Bouwbesluit voor geluid van buiten gelden niet voor een kantoorfunctie, dus daarmee is het argument inhoudelijk ongegrond.

Ambtenaren die zich straks storen aan de geluiden van het eigen culturele erfgoed, kunnen dus alleen klagen bij hun collega’s van de afdeling goede ruimtelijke ordening.

halsten divider copy 6