Inhoud

  • Sarphatistraat 7
    1017 WS Amsterdam
    logo-gemeente-amsterdam (1)
  • Kastanjelaan 400
    5616 LZ Eindhoven
    eindhoven_pms485_liggend_bb (1)
  • Stationsplein 45
    3013 AK Rotterdam
    Group 47

Actualiteiten jurisprudentie geluid – februari 2022

Een selectie van de uitspraken die in de periode van 26 januari tot en met 16 februari 2022 zijn gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“de Afdeling”). Onderwerpen die aan bod komen zijn hogere waarden, stil asfalt, voorwaardelijke verplichtingen en garanties, schoolpleinen en grootschalige kamerverhuur.

Wet geluidhinder

Hogere waarden voor bestemmingsplan Stationsgebied Hilversum: ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:326

Het bestemmingsplan “Stationsgebied 2020” maakt de transformatie van het stationsgebied in Hilversum mogelijk. Het stationsgebied moet aantrekkelijker worden en meer onderdeel gaan worden van het centrum. De verkeerscirculatie wordt gewijzigd door het aanpassen van de zogenoemde centrumring.

Door de wijzigingen aan de weg neemt de geluidbelasting op een aantal omliggende woningen toe tot boven de voorkeursgrenswaarde. Het college heeft hogere grenswaarden voor geluid vastgesteld.

Hogere waarden te hoog

In beroep bij de Afdeling blijkt dat deze hogere waarden wel erg hoog zijn. De gemeente heeft een vervelende fout gemaakt. De hogere waarden zijn gebaseerd op de tabel in het akoestisch rapport waarin de cumulatieve geluidbelastingen zijn opgenomen (. De hogere waarden hadden daarentegen gebaseerd moeten zijn op het projecteffect. De hogere waarden zullen dus naar beneden moeten worden bijgesteld.

Ondanks de vergissing, blijven er hogere waarden nodig.

Garanderen binnenwaarde 33 dB

Volgens de eigenaren van de woningen waar het om gaat, kan bij veel woningen echter niet aan de binnenwaarde van 33 dB worden voldaan. Dat is echter geen relevant argument in deze procedure. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling dat uit de wetssystematiek volgt dat pas na vaststelling van de hogere waarde hoeft te worden bepaald of gevelisolerende maatregelen moeten worden getroffen. De vraag of die verplichting voor een concrete woning bestaat, staat los van de rechtmatigheid van het besluit hogere waarden.

Geluiddempende laag niet voldoende effectief?

De gemeente heeft op basis van de CROW-publicatie 316 “De wegdekcorrectie voor geluid van wegverkeer 2012” aangenomen dat het type SMA-NL8 G+ ongeveer 2 dB geluidreductie oplevert.

Volgens appellanten is dit type wegdek nauwelijks effectief bij een rijsnelheid van 50 km/uur. Zij verwijzen naar de “Rapportage NL 8G+; Steenmastiekasfalt akoestisch geoptimaliseerd”.

De Afdeling overweegt dat de gemeente onweersproken heeft gesteld dat dit rapport al van enige tijd geleden is. Volgens de gemeente heeft de provincie Gelderland ervaring opgedaan met hetzelfde type wegdek. Dit wegdek is volgens de gemeente voldoende duurzaam om ook op rotondes toegepast te kunnen worden. Volgens de gemeente kan het ook worden toegepast op de centrumring. Appellanten hebben dit onvoldoende gemotiveerd betwist.

Aanleg stil asfalt niet gegarandeerd

Als dit asfalt dan al moet worden aangelegd, dan moet het volgens appellanten wel zijn gegarandeerd. De gemeente volstaat slechts met een verwijzing naar het besluit hogere waarden.

De Afdeling overweegt dat het besluit hogere waarden niet zelfstandig handhaafbaar is. Als stil asfalt noodzakelijk is om aan de hogere waarde te kunnen voldoen, dan moet de aanleg en instandhouding daarvan worden voorgeschreven in de planregels.

Daarmee lijkt de Afdeling terug te komen van de eerdere jurisprudentie die er kort gezegd om neer kwam dat een overheidspartij dermate betrouwbaar is dat de uitvoering van dergelijke maatregelen op voorhand niet in twijfel wordt getrokken. Een dergelijke terugtrekkende beweging was recent ook waarneembaar in de uitspraak over de N279 Veghel – Asten d.d. 15 december 2021, die wij eerder bespraken.

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet onderzocht

Uiteindelijk staat de gemeente Hilversum vooral met de mond vol tanden zodra ter zitting wordt gevraagd naar de integrale beoordeling van het woon- en leefklimaat. Dat aan de Wet geluidhinder kan worden voldaan – desnoods door het vaststellen van hogere waarden – is niet voldoende.

De omwonenden voeren aan dat zij nu al veel geluidhinder ondervinden. Dat wordt erger bij uitvoering van de voorgenomen plannen. Zij stellen dat hun balkons onbruikbaar worden.

De gemeente blijkt dit niet te hebben onderzocht. Ter zitting heeft de gemeente moeten bevestigen dat er niet is gekeken naar de cumulatie met andere geluidbronnen, die niet door de Wet geluidhinder worden gereguleerd. Of naar balkons, die in de Wet geluidhinder niet als geluidgevoelig object worden aangemerkt. Dat is onzorgvuldig. De raad heeft zonder een dergelijke beoordeling niet mogen concluderen dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Het bestemmingsplan bevat op meerdere punten gebreken en wordt vernietigd door de Afdeling. Er wordt geen mogelijkheid tot herstel gegeven.

Ruimtelijke ordening / Wabo

Omgevingsvergunning De Haagse Scholen (deel 2): ABRvS 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:247

Eerder schreven wij al over de omgevingsvergunning die is verleend voor de verbouwing en uitbreiding van de Galvanischool in Den Haag. De verhoogde speeldekken houden de gemoederen bezig. Het uitgangspunt van de gemeente is dat de geluidsituatie niet mag verslechteren. Daarvoor is het nodig om geluidwerende voorzieningen te treffen.

De Afdeling oordeelde op 31 maart 2021 dat ten onrechte niet is geborgd dat deze geluidwerende voorzieningen worden getroffen en de geluidsituatie niet verslechtert.

De gemeente heeft opnieuw een besluit genomen en een voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. Deze houdt in dat de twee verhoogde speelpleinen niet eerder in gebruik mogen worden genomen dan nadat de geluidswerende voorzieningen zijn gerealiseerd (zoals bij besluit van 22 juni 2020 verleend).

De omwonenden voeren aan dat deze voorwaarde te onbepaald is. Er is niet concreet voorgeschreven welke geluidswerende voorzieningen er moeten worden gerealiseerd. De verwijzing naar de verleende vergunning dekt volgens de omwonenden ook niet de lading, mede omdat zij bezwaar hebben gemaakt tegen deze vergunning. Zij voeren aan dat het onmogelijk is om afdoende geluidmaatregelen te treffen, waarmee de geluidsituatie niet verslechtert. Als de verhoogde speeldekken niet in gebruik mogen worden genomen, betekent dit bovendien dat het speelplein aan de Galvanistraat intensiever zal worden gebruikt en daar de geluidsituatie zal verslechteren.

De Afdeling maakt allereerst duidelijk dat de geluidsdiscussie in deze procedurele spaghetti versnipperd raakt. De bezwaren tegen het geluidscherm moeten inhoudelijk worden beoordeeld in de procedure tegen die vergunning. Aan een beoordeling van de geluidsituatie op het plein aan de Galvanistraat komt de Afdeling ook nog niet toe. De Afdeling moet nu puur beoordelen of de gemeente aan de herstelopdracht van 31 maart 2021 heeft voldaan. Heeft de gemeente voldoende geborgd dat er geluidwerende maatregelen worden getroffen, opdat de geluidssituatie niet verslechtert?

De crux zit in die bijzin. Het antwoord is nee. De gemeente heeft wel geborgd dat er maatregelen worden getroffen. Maar er is niet geborgd dat de geluidssituatie niet verslechtert. Daar was een meer inhoudelijke beoordeling voor nodig, wat had moeten leiden tot een concreter voorschrift.

De Afdeling voorziet uiteindelijk zelf in de zaak. Voor het overige zit de omgevingsvergunning namelijk (inmiddels) prima in elkaar. De Afdeling wijzigt het voorschrift, zodat deze als volgt komt te luiden: “De twee verhoogde speelpleinen mogen niet eerder in gebruik worden genomen dan na het realiseren van geluidwerende voorzieningen die ervoor zorgen dat de geluidbelasting op de gevels van omliggende woningen gelijk blijft dan wel lager wordt”.

Voor de Afdeling speelt mee dat het niet onmogelijk lijkt om dergelijke voorzieningen te treffen. Dat laat onverlet dat dit voorschrift niet concreet is. Voor de gemeente en de school is het nog steeds te hopen dat de vergunning voor het geluidscherm in stand kan blijven. Anders is dit de opmaat naar een handhavingsprocedure, waarbij wordt afgedwongen dat er alsnog afdoende maatregelen worden genomen. En als dat geen geluidscherm kan zijn, wat dan wel?

Ik voorspel voorzichtig dat de Afdeling verwacht dat de omgevingsvergunning voor het geluidscherm overeind blijft. Als de Afdeling namelijk stevige twijfels zou hebben, dan zou ik verwachten dat de Afdeling verlangt dat er op voorhand voldoende inzicht wordt gegeven in het type geluidmaatregel dat in plaats daarvan wordt getroffen en het geluidsreducerend effect daarvan (vergelijk de uitspraak over het Inpassingsplan N279 Veghel – Asten d.d. 15 december 2021, die wij eerder bespraken). Tenminste, als de Afdeling daarin een consistente lijn wil volgen. Het zou immers niet moeten uitmaken of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt via een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning.

APV

Grootschalige kamerverhuur De Steeg: ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:421

De gemeente Rheden heeft aan een exploitant van een groot kamerverhuurbedrijf (100 bewoners c.q. arbeidsmigranten) in De Steeg een exploitatievergunning verleend voor onbepaalde tijd. Een omwonende is het daar niet mee eens vanwege ervaren overlast uit het verleden en de vrees voor overlast in de toekomst. De omwonende redt het niet bij de ABRvS en wel om de volgende reden.

Om de vergunning te verlenen moest de gemeente toetsen of de woon- en leefsituatie in de omgeving van het kamerverhuurbedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig zou worden beïnvloed. Om dat te toetsen heeft de gemeente contact opgenomen met de politie, de brandweer, toezichthouders en beleidsmedewerkers integrale veiligheid. Uit de informatie van die diensten bleek – ondanks dat er enkele klachten over (geluids-)overlast van omwonenden gedurende de jaren zijn ontvangen – dat de algemene indruk van de politie over het kamerverhuurbedrijf goed was en dat de exploitant en de beheerders de zaken prima voor elkaar hebben. Dat beeld wordt ook geschetst door de andere overheidsinstanties die de gemeente raadpleegde. Het beeld dat het rustig is rondom het kamerverhuurbedrijf komt mede doordat de verantwoordelijke exploitant serieuze inspanningen verricht en maatregelen heeft getroffen en nog steeds treft om (eventuele) overlast en hinder te bestrijden en te voorkomen, aldus diverse instanties. De genomen maatregelen zijn o.m. het instellen en aanscherpen van huisregels, het aanstellen van een derde beheerder, het uitdelen van waarschuwingen en het plaatsen van een tuinmuur. Na een klacht over geluidsoverlast vanwege een verjaardagsfeestje, is ook direct ingegrepen en is de overlast gestopt.

Het is de vraag of het enkel toetsen van de indruk over een situatie bij politie en andere overheidsdiensten voldoende is om vast te stellen of er sprake is van een ontoelaatbare benadeling van een woon- en leefsituatie. Een meer integrale afweging was wellicht beter geweest. In deze casus redt de gemeente het echter met deze wat beperkte toetsing. Wellicht heeft het geholpen dat het aantal klachten gedurende de jaren strikt genomen beperkt was en dat de exploitant bij geconstateerde overlast direct heeft ingegrepen met maatregelen die effect hebben gehad. Uiteindelijk moet de Afdeling in dit grijze gebied de knoop doorhakken en pakt dat uit in het voordeel van de gemeente en exploitant.

halsten divider copy 6