Inhoud

  • Sarphatistraat 7
    1017 WS Amsterdam
    logo-gemeente-amsterdam (1)
  • Kastanjelaan 400
    5616 LZ Eindhoven
    eindhoven_pms485_liggend_bb (1)
  • Aert van Nesstraat 45
    3012 CA Rotterdam
    Group 47

Actualiteiten jurisprudentie geluid – augustus 2023

Een selectie van de uitspraken die in de periode van 26 juli tot met 16 augustus 2023 zijn gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“de Afdeling”). Over stemgeluid van ernstig verstandelijk beperkte kinderen, openbare speel- en sportvelden, geluidsmaatregelen bij een supermarkt, de weigering om bedrijfswoningen toe te staan, betekenisloze hogere waarden, militaire oefenterreinen en vliegen boven een stiltegebied.

Ruimtelijke plannen

Kinderdagcentrum Hengelo: ABRvS 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3073

Het bestemmingsplan “Hengelo Noord, Slangenbeek” is een conserverend bestemmingsplan. In het plangebied is het kinderdagcentrum (KDC) De Toermalijn gevestigd. Dit is een zorginstelling waar ernstig meervoudig gehandicapte kinderen van 0 tot met 18 jaar oud worden opgevangen. Het KDC is 52 weken per jaar van maandag tot met zaterdag geopend. Pal naast het KDC staat de woning van appellanten. Het perceel van appellanten grenst direct aan het perceel van het KDC, waarbij hun tuin grenst aan het buitenterrein van het KDC. Appellanten klagen al geruime tijd over ernstige geluidhinder, veroorzaakt door het geluid van de kinderen op het buitenterrein.

Appellanten voeren aan dat de gemeente geen conserverend bestemmingsplan had mogen vaststellen, omdat het KDC vanwege de geluidsoverlast niet verenigbaar is met de woonfunctie op hun perceel. Zij stellen dat hun huis onverkoopbaar is geworden. Daarbij verwijzen zij naar de WOZ-waarde die met tonnen naar beneden is bijgesteld. De gemeente had daarom een keuze moeten maken voor het behoud van één van beide functies en herbestemming van het andere perceel. Daarin krijgen zij gelijk van de Afdeling.

Bijzondere aard stemgeluid

Alvorens in te gaan op de kwantitatieve geluidbelasting, besteedt de Afdeling aandacht aan de aard van de geluidhinder. Appellanten voeren aan dat de gemeente geen rekening heeft gehouden met de impact van het specifieke geluid van de (meervoudig) verstandelijk beperkte kinderen en jongvolwassenen. Appellanten hebben een deskundigenrapport van Mundonovo ingebracht, waarin wordt ingegaan op de gezondheidsaspecten van de specifieke geluidhinder. Het rapport onderbouwt dat naast de sterkte van het geluid ook van belang is hoe mensen reageren op een bepaald type geluid. De stemgeluiden van meervoudig verstandelijk beperkte kinderen en jongeren zijn niet op één lijn te stellen met gewoon stemgeluid op een schoolplein of bedrijfslawaai. Het herhaald en over lange duur blootstellen aan dit stemgeluid, leidt voor personen die geen (professioneel) verzorger zijn bijna onvermijdelijk tot chronische stress en gezondheidsklachten.

De gemeente neemt aan dat het piekniveau in de tuin en bij de woning veel hoger zal zijn dan 55 dB(A), maar volgens de gemeente leidt dat niet tot een onevenredige verstoring van het woon- en leefklimaat. De gemeente ontkent niet dat er af en toe sprake zal zijn van herkenbaar stemgeluid en daarmee samengaande hinder, maar stelt ook dat in een stedelijke omgeving niet alle hinder voor iedereen kan worden voorkomen.

De Afdeling heeft de STAB ingeschakeld. De STAB stelt dat het stemgeluid van de kinderen en jongeren bij de Toermalijn kan worden omschreven als verschillende keelklanken, die afwijkend zijn van normaal stemgeluid. Vanwege de verstandelijke beperkingen schreeuwen en huilen de kinderen vaker. De geluiden treden continu op, zijn onvoorspelbaar en passen niet in het omgevingsgeluid. Volgens de STAB had het in de rede gelegen dat de gemeente, gezien de specifieke klachten van appellanten, op basis van een nadere onderbouwing of onderzoek een afweging had gemaakt waarin ook de aard en beleving van het stemgeluid zou zijn betrokken. De gemeente heeft nog gesteld dat de bewoners bijzonder gevoelig zouden zijn voor het stemgeluid, maar de gemeente heeft niet onderbouwd of onderzocht of dat zo is. De STAB stelt dat de gemeente de situatie onvoldoende heeft beoordeeld en zich vooral zou moeten afvragen of in dit geval vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening sprake is van een wenselijke situatie.

De Afdeling volgt de beoordeling van de STAB. De gemeente heeft  ten onrechte geen rekening gehouden met de aard en de beleving van het geluid, mede gelet op de indringendheid en onvoorspelbaarheid van dit geluid. Weliswaar is er voor de beoordeling van dit geluid geen standaard akoestisch toetsingskader, maar dat neemt niet weg dat de raad de aard van het geluid had moeten (laten) beoordelen en betrekken bij de voorbereiding van het plan en de beantwoording van de vraag of dit plan voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

Scope geluidsonderzoek en richtafstand VNG-brochure

In de procedure is erover gediscussieerd welke richtafstand uit de VNG-brochure van toepassing is op het KDC. Er is geen specifieke richtafstand opgenomen voor een KDC. De raad heeft een omgekeerde invalshoek gekozen, waarbij de richtafstand van 30 meter voor de categorie Kinderopvang is gehanteerd. De woning staat op enkele meters afstand van het KDC, zodat daar niet aan wordt voldaan. De gemeente heeft vervolgens onderzocht of de kapschuur (die fungeert als geluidscherm) dezelfde geluidreducerende werking heeft als het aanhouden van een afstand van 30 meter.

Deze benadering kan de toets der kritiek niet doorstaan. Het is voor alle partijen duidelijk dat een KDC zoals hier aan de orde, niet is opgenomen in de categorieënlijst van de VNG-brochure. Ook is volgens de Afdeling duidelijk dat de kinderen en jongeren van de Toermalijn tijdens buitenactiviteiten geluid maken dat in aard en volume afwijkt van de situatie van een regulier kinderdagverblijf. Een parallel met de richtafstand van 30 meter voor een regulier kinderdagverblijf gaat om die reden al niet op. De VNG-brochure is bovendien niet bruikbaar om deze situatie te beoordelen, omdat bij het bepalen van de richtafstanden geen rekening is gehouden met stem- en keelgeluiden zoals hier aan de orde. Die algemene blauwdruk kan hier dus niet worden toegepast. Daargelaten onder welk bedrijfstype in de VNG-brochure een KDC als de Toermalijn valt, geldt dat de situatie niet mag leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van direct omwonenden. Dat had specifiek beoordeeld moeten worden.

Kwantitatieve beoordeling

De hoogte van de geluidbelasting komt in de uitspraak niet expliciet naar voren, omdat er tal van gebreken kleven aan de akoestische onderbouwing. De Afdeling haalt aan dat de gemeente zelf al maximale geluidniveaus heeft berekend van 66 dB(A). Gezien de vele gebreken zal de daadwerkelijke geluidbelasting hoger zijn. Zo is uitgegaan van te lage bronvermogens van het stemgeluid. Voor de maximale geluidniveaus moet volgens de Afdeling, in navolging van de STAB, worden gerekend met een bronniveau van 115 dB(A). Ook moet rekening worden gehouden met een hogere bronhoogte. De geluidreductie van het scherm staat niet vast en is niet inzichtelijk gemaakt. Het speelgeluid is ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Ook is ten onrechte alleen gekeken naar de geluidbelasting op de dichtstbijzijnde gevel achter het geluidscherm. De andere gevels worden ook (en mogelijk meer) belast. De gemeente had daarnaast de geluidbelasting in de tuin moeten beoordelen en in de woning met geopende ventilatie.

Het voert te ver om alle punten hier te bespreken, de uitspraak is wat dat betreft de moeite waard om door te nemen.

Waardedaling woning

De waarde van de woning is aanzienlijk gedaald vanwege de geluidsoverlast van het KDC. In 2009 was de WOZ-waarde nog vastgesteld op € 640.000. De belastingambtenaar van de gemeente heeft de WOZ-waarde in latere jaren vanwege de geluidsoverlast naar beneden bijgesteld. De belastingrechter heeft de WOZ-waarde over het tijdvak 2013 en 2014 verlaagd tot € 250.000 respectievelijk € 260.000. Desondanks heeft de gemeente deze waardedaling ten onrechte niet betrokken bij het besluit om een conserverend bestemmingsplan vast te stellen en deze situatie dus in stand te laten.

Wat de Afdeling niet vermeldt is dat de belastingrechter de WOZ-waarde na vaststelling van het bestemmingsplan zelfs heeft verlaagd naar € 100.000. Het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 juli 2022 is hier te lezen. Daarin wordt ook verwezen naar het STAB-rapport uit de bestemmingsplanprocedure en het deskundigenrapport van Mundonovo.

Vervolg

De Afdeling verklaart het beroep van appellanten gegrond. Het bestemmingsplan wordt vernietigd. Daarmee is de situatie niet opgelost, omdat het oude bestemmingsplan een vergelijkbare bestemming had. De feitelijke situatie wordt dus niet anders door de vernietiging van het conserverende bestemmingsplan.

De Afdeling besteedt hier nadrukkelijk aandacht aan in de uitspraak. De gemeente kan in theorie een nieuw geluidsonderzoek laten uitvoeren, maar een andere benadering is ook denkbaar. In het belang van een meer duurzame oplossing voor dit langslepende conflict, adviseert de Afdeling niet alleen te kijken naar een goede ruimtelijke ordening, maar ook naar de maatschappelijke wenselijkheid. De gemeenteraad zou een keuze kunnen maken voor het behoud van het KDC óf de woning. Consequentie daarvan is dat het KDC moet worden verplaatst, of dat de woning moet worden aangekocht.

De komende tijd zal moeten blijken of het partijen lukt een passende oplossing te vinden.

(De betrokkenheid van de auteur staat in de weg aan een meer diepgaande reflectie op deze uitspraak.)

 

Speel- en sportveld Venhuizen: ABRvS 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2864

In Venhuizen bevindt zich een openbaar sportveld tussen de school en een woonwijk. Het gebruik van dit sportveld leidt tot veel klachten van omwonenden. De afgelopen jaren is het gedeeltelijk verhard en ingericht met twee pannadoelen, twee grote voetbaldoelen en een basketbaldoel. Aan drie kanten staan 5 meter hoge ballenvangers. Het terrein met de bestemming “Sport-Sportvelden” ligt op 0 meter afstand van de woningen.

De bestemming “Sport-Sportvelden” is toegekend in het bestemmingsplan “Drechterland Zuid”, dat al onherroepelijk is sinds 2014. Omwonenden willen nu dat dit gewijzigd wordt, omdat de bestemming tot aanzienlijke nadelige gevolgen leidt die destijds niet zouden zijn onderzocht en meegewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan.

Het openbare sportveld wordt overdag gebruikt als een verlengstuk van de basisschool. Na schooltijd wordt het gebruikt door de buitenschoolse opvang. Daarna komt de jeugd uit de buurt er en ’s avonds de “oudere jeugd”. Ook in de late nachtelijke uren is er regelmatig overlast. Aan de richtafstanden uit de VNG-brochure voor sportvelden wordt niet voldaan. Uit geluidsmeting blijkt volgens de omwonenden dat de maximale geluidsnormen van het Activiteitenbesluit dagelijks zeer fors worden overschreden.

De omwonenden zijn juridisch voor een lastig speelveld geplaatst. Het bestemmingsplan is immers onherroepelijk. Handhaving op basis van het Activiteitenbesluit is niet mogelijk, omdat het terrein geen onderdeel uitmaakt van de school. Omdat het een openbaar terrein is, is de gemeentelijke APV wel van toepassing. Op basis daarvan kan tegen ernstige geluidhinder worden opgetreden.

De omwonenden hebben twee verzoeken ingediend bij de gemeente. Ten eerste een handhavingsverzoek op basis van de APV. Dat verzoek heeft ertoe geleid dat de gemeente een last onder dwangsom heeft opgelegd aan zichzelf, op basis waarvan het pannaveld voor 1 mei 2023 moet worden verwijderd en verplaatst.

Ten tweede hebben de omwonenden bij de gemeente een aanvraag ingediend tot wijziging van het bestemmingsplan. Zij hebben verzocht om de sportbestemming van het openbare veld te wijzigen in een bestemming Groen of Bos, in ieder geval op zo’n manier dat daar geen sportvoorzieningen meer mogelijk zijn.

De gemeente heeft dat verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan afgewezen. Volgens de gemeente moet de oplossing worden gevonden in het feitelijk gebruik van het veld en niet in een wijziging van de bestemming. Dat is uiteraard makkelijker gezegd dan gedaan, omdat de crux in deze casus zal zijn dat het niet lukt om met alle gebruikers van het openbare veld afspraken te maken over een beperking van dat gebruik.

De Afdeling buigt zich nu over de weigering om het bestemmingsplan aan te passen. Dat besluit kan volgens de Afdeling niet in stand blijven. De gemeente erkent namelijk dat het gebruik van het perceel als pannaveld ernstige geluidsoverlast veroorzaakt. De last onder dwangsom om het pannaveld te verwijderen, zal de geluidsoverlast niet volledig oplossen. Dat heeft de gemeente zelf ook onderkend. Sterker nog, de gemeente vreest zelfs voor een toename van overlast door verwijdering van het pannaveld. De gemeente had daarom ook moeten ingaan op het overige feitelijke en planologisch toegestane gebruik van het perceel.

Volgens de Afdeling heeft de gemeente ook onvoldoende naar alternatieven gekeken. De gemeente heeft alleen gekeken naar alternatieven voor het pannaveld, terwijl het er om gaat of er alternatieve locaties zijn voor de bestemming “Sport-Sportvelden”. Ook heeft de gemeente onvoldoende gewicht toegekend aan de stelling van de omwonenden dat de school over een groot schoolplein en eigen gymnastiekzaal beschikt, waardoor het buiten gebruik stellen van het openbare sportveld beperkte consequenties heeft voor de school. Ook zou de lokale jeugd genoeg ander aanbod van sportvoorzieningen hebben. De gemeente heeft onvoldoende gemotiveerd waarom desondanks de belangen van de school en lokale jeugd zwaarder wegen dan de belangen van de omwonenden.

De Afdeling is er duidelijk over. Deze situatie moet worden opgelost. De weigering om het bestemmingsplan te wijzigen wordt vernietigd.

De vraag is uiteraard wat er nu dient te gebeuren. Het bestemmingsplan Drechterland Zuid blijft immers van toepassing. De gemeente zal opnieuw op de aanvraag van de omwonenden moeten beslissen. De Afdeling heeft daar geen termijn voor gesteld, omdat dit een einduitspraak is. De wettelijke beslistermijn is weer van toepassing. De gemeente zal moeten nadenken over een passende bestemming. Daarnaast is deze uitspraak uiteraard een duidelijk signaal dat er ook anderszins maatregelen moeten worden genomen om een einde te maken aan de geluidsoverlast.

Noot:

Een juridische vraag die in deze uitspraak niet expliciet aan de orde komt, is in hoeverre je een aanvraag kunt indienen om de bestemming van een buurperceel te wijzigen. De vaststelling van een bestemmingsplan is in principe een ambtshalve besluit. Een bestemmingsplan kan ook op aanvraag worden gewijzigd. Van een aanvraag in de zin van de wet is pas sprake als die aanvraag wordt ingediend door een belanghebbende. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning gaat het er dan om of iemand eigenaar/gebruiker is van een perceel. Is dat niet zo, dan kan iemand toch belanghebbende zijn als niet uitgesloten is dat diegene in de toekomst eigenaar/gebruiker zou kunnen worden.

De onderliggende vraag is nu of de omwonenden belanghebbende zijn bij een bestemmingswijziging van het buurperceel. Het lijkt mij uitgesloten dat zij eigenaar van het openbare terrein zullen worden.

Als de Afdeling nu ook omwonenden (of anders gezegd: gehinderden) als belanghebbenden aanmerkt, is dat een opvallende en veelbetekenende verruiming van de mogelijkheden om een bestemmingswijziging aan te vragen. In feite zou daarmee dus kunnen worden gevraagd om een herziening van bestemmingsplannen die al onherroepelijk zijn geworden. Aangezien de Afdeling ambtshalve moet toetsen of iemand ontvankelijk is, zou je ervan uit mogen gaan dat de Afdeling dit onder ogen heeft gezien. Maar niets menselijks is de Afdeling vreemd. Ik kan dus ook niet uitsluiten dat hier een rol speelt dat 1) het om een terrein gaat dat eigendom is van de gemeente, 2) de overlast vrij evident is en de Afdeling wil bijdragen een oplossing voor dit probleem, of 3) vernietiging van de weigering geen directe gevolgen heeft voor het onderliggende bestemmingsplan.

Om er achter te komen of dit een witte raaf is of een principiële uitspraak – en aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan – zullen er meer van dit soort zaken aan de Afdeling moeten worden voorgelegd. Het zou mooi zijn als hiermee een juridische ingang ontstaat om af te dwingen dat ongewenste gevolgen van onherroepelijke bestemmingswijzigingen worden gecorrigeerd. Tip: doe de aanvraag dan wel voor 1 januari 2024, want na inwerkingtreding van de Omgevingswet ziet de rechtsbescherming er weer anders uit.

Borging maatregelen supermarkt Reusel: ABRvS 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3144

Een supermarkt wordt verplaatst naar een nieuwe locatie in het centrum van Reusel. Omwonenden maken zich zorgen over geluidsoverlast van het laden en lossen en het gerammel van winkelwagens. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er diverse maatregelen nodig zijn om de geluidsoverlast te beperken, zoals maatwerkvoorschriften voor laad- en lostijden en stille winkelwagens met vlakke asfaltverharding.

In deze uitspraak komt met name de vraag aan de orde in hoeverre die maatregelen vooraf juridisch verankerd moeten zijn. De Afdeling stelt voorop dat het begrijpelijk is dat de omwonenden de grootst mogelijke zekerheid willen hebben over de geluidsmaatregelen. Maar wat de Afdeling moet toetsen is of het plan onrechtmatig is als de akoestische uitgangspunten daarin niet zijn vastgelegd.

De gemeente is voornemens om maatwerkvoorschriften op te leggen om de bevoorradingstijden tussen 7:00 en 19:00 uur vast te leggen. Ook wordt de supermarkt verplicht om stille winkelwagens te gebruiken. De Afdeling herhaalt de vaste jurisprudentie dat het niet noodzakelijk is dat maatwerkvoorschriften al zijn vastgesteld voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Het criterium is of de gemeente er op voorhand redelijkerwijs vanuit kan gaan dat de maatwerkvoorschriften stand kunnen houden in een beroepsprocedure. De Afdeling ziet geen reden om daaraan te twijfelen.

De stille verharding zal door de gemeente worden aangelegd. Deze toezegging is afdoende.

Ook is er geen aanleiding om het maximum van 5 vrachtwagens per dag vast te leggen. De ervaring op de oude locatie van de supermarkt is dat er 4 vrachtwagens per dag komen. Er is nu rekening gehouden met een extra rit van een vuilniswagen. De Afdeling ziet geen reden om te betwijfelen dat dit een representatieve invulling is van de maximale planologische mogelijkheden. En mocht het in de praktijk toch de spuigaten uitlopen en de grenswaarden voor het laden en lossen in het Activiteitenbesluit worden overschreden, dan kan zo nodig om handhaving worden verzocht, aldus de Afdeling. Dat laatste zal echter niet snel aan de orde zijn, aangezien alleen de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus worden getoetst bij laad- en losactiviteiten.

De locatie van de laad- en losplek hoeft evenmin te worden vastgelegd in de planregels. De laad- en loslocatie past namelijk nergens anders, zodat dit feitelijk al vastligt. Bovendien is de huidige laad- en loslocatie geluidstechnisch als het worstcase scenario. Iedere afwijking zou een verbetering zijn voor appellanten.

Met deze nadere uitleg en vastlegging in de uitspraak, wordt het beroep ongegrond verklaard.

Weigering bouw bedrijfswoning Zwanenburg: ABRvS 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3057

In 2019 heeft de gemeente Haarlemmermeer planologische medewerking verleend om een paardentrainingsstal te realiseren met kantine, ontvangstruimte, kantoor, stapmolen, mestopslagbak en allerlei andere bijbehorende voorzieningen. Het was de bedoeling van de eigenaar om de naastgelegen woning aan te kopen. Dat is door omstandigheden niet doorgegaan. Hij wil daarom een eigen bedrijfswoning bouwen.

De gemeente weigert daaraan mee te werken. Vanwege het verkeers- en vliegtuiglawaai zouden er drie dove gevels nodig zijn. Dat is in strijd met het gemeentelijk beleid om maximaal één dove gevel toe te staan bij nieuwbouw.

De Afdeling oordeelt dat dit niet zonder meer aan de paardenhouder kan worden tegengeworpen. De raad dient per geval te beoordelen of er aanleiding is om van het uitgangspunt van het geluidbeleid af te wijken. In dit geval is relevant dat het gaat om één solitaire bedrijfswoning. Ook is er recent voor andere woningen nog een omgevingsvergunning verleend, waarbij ook sprake is van drie dove gevels. Daarnaast is relevant dat de paardenhouder bij de bouw van zijn bedrijf al heeft aangegeven dat daar een bedrijfswoning bij noodzakelijk is. Dat blijkt alleen niet mogelijk door aankoop van de bestaande woning op het buurperceel. Bovendien zullen langs de Rijksweg A9, ter hoogte van zijn perceel, geluidsschermen worden geplaatst.

Gezien deze voorgeschiedenis en de omstandigheden van het geval, is het te kort door de bocht om deze aanvrager tegen zichzelf in bescherming te nemen en geen woning met drie dove gevels toe te staan.

Weigering bedrijfswoning Hoofddorp: ABRvS 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2861

De gemeente Haarlemmermeer heeft ook geen medewerking willen verlenen aan het plan om de verdieping van een bedrijfspand te verbouwen tot bedrijfswoning. Het pand ligt op een bedrijventerrein in Hoofddorp. De gemeente wil geen bedrijfswoning toestaan, omdat dit omliggende bedrijven zou kunnen belemmeren in hun bedrijfsvoering en/of uitbreidingsplannen.

De aanvrager meent dat de gemeente voorbij is gegaan aan de noodzaak om een woning bij zijn bedrijf te hebben. Ook stelt de aanvrager dat er momenteel geen bedrijven uit milieucategorie 3.1 zijn gevestigd. Nieuwvestiging van een bedrijf in milieucategorie 3.1 zou bovendien zijn uitgesloten, omdat de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit heeft genomen waardoor bedrijven in milieucategorie 3.1 niet langer zijn toegestaan.

Deze argumentatie mag hem niet baten. Het doek valt eigenlijk al op het punt van de noodzaak van een bedrijfswoning. Maar belangrijker is dat de gemeente bij de beoordeling of de bedrijfswoning een belemmering kan zijn, niet hoeft te kijken naar de feitelijke situatie op het bedrijventerrein. De gemeente mocht de planologische situatie tot uitgangspunt nemen. Voor de afweging van het college was het voorbereidingsbesluit van de gemeenteraad bovendien niet van belang, omdat dit voorbereidingsbesluit pas is genomen nadat de omgevingsvergunning was geweigerd.

Bestemmingsplan “Buitengebied Hoogspanningsstation Veenoord”: ABRvS 1 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2904

In deze uitspraak van de Afdeling wordt (nog eens) bevestigd dat de hoorbaarheid van laagfrequent geluid getoetst mag worden aan de Vercammen-curve (zie ook ECLI:NL:RVS:2015:2233). Die curve legt de grens van aanvaardbaarheid van laagfrequent geluid bij 3 tot 10% ernstig gehinderden, wat vergelijkbaar is met de uitgangspunten van de Wet geluidhinder. Als voldaan wordt aan de Vercammen-curve, dan wordt ernstige hinder door laagfrequent geluid in ieder geval in substantiële mate voorkomen en wordt onaanvaardbare hinder voorkomen. De Vercammen-curve is geschikt om de aanvaardbaarheid van laagfrequent geluid te beoordelen, aldus de Afdeling.

Hogere waarden De Strip Breda: Voorzieningenrechter ABRvS 28 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2892

In deze zaak is een voorlopige voorziening gevraagd om het bestemmingsplan te schorsen en het bijhorende besluit hogere waarde dat woningbouw op voormalige industrielocaties in Breda mogelijk maakt.

Het besluit hogere waarde is genomen voor een aantal woningen die gebouwd worden in de buurt van dit industrieterrein. Een bedrijf dat vreest voor een beperking van zijn bedrijfsvoering, voert aan dat er ten onrechte hogere waarden zijn vastgesteld voor een aantal woningen die buiten de geluidzone worden gebouwd. Deze ondernemer wijst er terecht op dat dit niet kan, omdat een hogere waarde alleen kan worden vastgesteld voor woningen die binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein worden gebouwd.

De voorzieningenrechter van de Afdeling oordeelt daarom dat het besluit hogere waarde onbevoegd en in strijd met artikel 110a lid 1 Wgh is genomen. De voorzieningenrechter schorst het hogere waarde besluit gedeeltelijk om die reden.

Er vloeit echter geen bloed uit. Het feit dat de woningen buiten de geluidzone worden gebouwd, betekent immers ook dat er niet hoeft te worden getoetst aan de geluidbelasting van het gezoneerde industrieterrein.

De ondernemer voert vervolgens aan dat uit het akoestische onderzoek niettemin blijkt dat er dus een hogere geluidbelasting op de woningen optreedt dan 50 dB(A). De gemeente had immers niet voor niets een besluit genomen om hogere waarden van 55 dB(A) toe te staan. De vraag is of er bij een dergelijke geluidbelasting nog sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat de goede ruimtelijke ordening niet in het geding is. Het gemeentebestuur heeft voldoende beargumenteerd dat een geluidsbelasting van 55 dB(A) op de gevel in dit geval een aanvaardbaar woon- en leefklimaat oplevert binnen in de woningen omdat ruim kan worden voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. De geluidsniveaus worden voor het overgrote deel bepaald door het wegverkeer (waarvoor ook een hogere waarde besluit is genomen) en slechts voor een gering deel door het industrieterrein. Verder stelt het gemeentebestuur dat er een stedelijk woonmilieu in combinatie met culturele voorzieningen en culturele bedrijven ontstaat op deze locatie. Het is geen standaard rustige wijk. Op deze locatie is een hoger geluidniveau passender. Wat de belangen van ondernemer betreft, overweegt de voorzieningenrechter dat het niet aannemelijk is dat zijn bedrijf in substantiële mate bijdraagt aan de geluidbelasting op de woningen.

De voorlopige voorzieningenrechter schorst het bestemmingsplan dus niet en treft geen voorlopige voorziening. De Afdeling zal in de bodemprocedure het bestemmingsplan en het besluit hogere waarde nog wel nader moeten beoordelen.

Vliegactiviteiten

Schietrange De Vliehors: ABRvS 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3065

Deze zaak is vermeldenswaardig omdat het gaat over een kwestie die niet zo vaak aan de orde is. Het gaat om de vraag hoe de geluidsbelasting wordt beoordeeld die het luchtverkeer veroorzaakt tijdens militaire oefeningen in het afwerpen van (oefen)bommen en het schieten met (oefen)raketten en boordwapens op de schietrange gestationeerd op Vlieland. De schietrange wordt gebruikt door de Nederlandse krijgsmacht en bondgenoten.

De discussie gaat over de vraag of de geluidsbelasting moet worden beoordeeld in het kader van – in dit geval – de wijziging van de milieuvergunning voor de inrichting schietrange De Vliehors of dat de geluidsbelasting geheel wordt geregeld via de ministeriële regeling “Regeling beperking geluidhinder militaire luchtvaartuigen boven schietrange de Vliehors” die op 14 december 2008 in werking is getreden.

De Nederlandse Staat is van mening dat de toegestane geluidsbelasting wordt geregeld via de Regeling. Paracentrum Texel denkt dat de toegestane geluidsbelasting ook in het kader van de milieuvergunning moet worden beoordeeld. Paracentrum Texel krijgt gelijk van de Afdeling.

Paracentrum Texel krijgt gelijk omdat de Afdeling in 2003 ook al heeft geoordeeld dat geluidsbelasting vanwege het vliegverkeer dat aan de schietrange kan worden toegerekend (aanvullend) in het kader van de wijziging van een milieuvergunning kon worden beoordeeld. De redenering van de Staat dat de Regeling exclusief de geluidsbelasting regelt, volgt de Afdeling niet. De Afdeling acht relevant dat de Regeling via artikel 2 van het Besluit beperking geluidhinder luchtvaartuigen haar grondslag vindt in de Luchtvaartwet en de Wet geluidhinder en dat uit die wetten niet kan worden afgeleid dat de geluidsbelasting vanwege het luchtverkeer uitsluitend dient te worden beoordeeld op grond van de Regeling. Dat dit bij luchthavens anders is geregeld, vindt de Afdeling niet relevant. De schietrange is namelijk geen luchthaven (aldus eerder beoordeeld ECLI:NL:RVS:2009:BK5045).

De Afdeling komt tot de conclusie dat de geluidsbelasting die toegerekend kan worden aan de schietrange dus ook beoordeeld had moeten worden in het kader van (de wijziging van) de milieuvergunning voor deze schietrange.

De Staat argumenteert nog dat de geluidsbelasting aanvaardbaar is omdat aan de Regeling wordt voldaan en dat de geluidsbelasting dus niet opnieuw beoordeeld hoeft te worden. Paracentrum Texel is echter van mening dat de norm uit de Regeling niet toepasbaar is. De Afdeling concludeert uiteindelijk dat de Staat de norm uit de Regeling kan hanteren in haar beoordeling van de geluidsbelasting in het kader van de milieuvergunning. Bij die beoordeling moet zij dan motiveren waarom de norm uit de Regeling naar haar mening wel toepasbaar is. Als de Staat een ander kader geschikter acht voor het beoordelen van de geluidsbelasting in het kader van de milieuvergunning, moet dat evenzeer door de Staat worden gemotiveerd.

Kortom: de Staat moet haar huiswerk opnieuw doen voor wat betreft de geluidsbelasting.

Zweefvliegcentrum Noordkop en ontheffing stiltegebied: ABRvS 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3054

Ook deze uitspraak gaat over een niet alledaags aspect van de geluidregelgeving. Zweefvliegcentrum Noordkop heeft een ontheffing van de Provinciale Milieuverordening aangevraagd en uiteindelijk ook gekregen, om voor 8 dagen in het jaar, elk met een tijdsduur van zeven uur (enkel tussen 10:00 uur en 17:00 uur), gebruik te kunnen maken van een motorzweefvliegtuig in het stiltegebied waarin ook hun vliegveld is gelegen. De ontheffing geldt niet voor zondagen. Het gaat om een maximum van 240 sleepstarts.

Een dergelijke ontheffing van de Provinciale Milieuverordening, kan enkel verleend worden indien het belang van de heersende natuurlijke rust in dat gebied zich daartegen niet verzet. De Provinciale Milieuverordening schrijft voor dat bij het beoordelen van deze ontheffingsaanvraag in ieder geval moet worden getoetst aan de criteria nut en noodzaak, de plaats van de activiteit waarvoor ontheffing is aangevraagd, de mate van verstoring en de tijdsduur en periode waarbinnen de activiteit zich afspeelt.

De uitspraak gaat in eerste instantie in op de vraag of er sprake is van nut en noodzaak voor deze ontheffing. De Afdeling beoordeelt deze vraag enigszins marginaal. Het gaat niet – aldus de Afdeling – om een strikte noodzaak of een zwaarwegend of maatschappelijk belang dat aan de orde moet zijn om deze ontheffing te kunnen verlenen. De geluidsaspecten spelen een grotere rol in de beoordeling. Hiervoor is relevant wat de opstijgrichting is van het motorzweefvliegtuig, hoe de windrichting is, hoe het geluid zich verspreidt en welke geluidscontouren erbij horen. Ook het maximum aantal activiteiten speelt een rol.

Al deze concrete aspecten bij elkaar in deze kwestie bekeken, is de Afdeling van mening dat het College terecht heeft geoordeeld dat het belang van de heersende natuurlijke rust in dat stiltegebied zich niet verzet tegen verlening van de ontheffing.

Het gaat immers om een ontheffing voor slechts 8 dagen in het jaar met een tijdsduur van maximaal 7 uren per dag, waarbij de zondag is uitgezonderd (ook als de dagen aaneengesloten worden ‘opgenomen’ met uitzondering van de zondag). In theorie is het mogelijk om een ontheffing te krijgen voor 12 dagen voor 24 uur. Dat is hier niet het geval.

De opstijgrichting kan inderdaad wijzigen als de windrichting dat vraagt. Maar dat betekent niet – aldus het zweefvliegcentrum – dat dan ook de geluidsniveaus hoger worden. Het af en toe opstijgen naar het noordoosten, zou volgens het College juist zorgen voor een spreiding van het geluid. Aangezien de omwonenden tegen deze redenering niets hebben ingebracht, gaat de Afdeling van deze informatie uit.

De ontheffing geldt niet voor een zondag en enkel tussen 10:00 uur en 17:00 uur. Op deze dagen en tijdens deze uren is het nooit volledig stil, omdat er met enige regelmaat dan ook laagvliegende helikopters van Defensie te horen zijn, en er ook agrarische activiteiten met (zware) landbouwwerktuigen plaatvinden. Het landen gebeurt ook niet met behulp van de motor, er wordt een zweeflanding gemaakt.

De belangen van de omwonenden die deze ontheffing hebben aangevochten, zijn niet relevant aldus de Afdeling. Bij de beoordeling van de criteria voor de ontheffing gaat het immers enkel over de belangen van het stiltegebied. Conclusie: de ontheffing is terecht verleend.

halsten divider copy 6