Actualiteiten jurisprudentie geluid - november/december 2020

Een selectie van de uitspraken die van 4 november tot en met 16 december 2020 zijn gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

Ruimtelijke ordening

Bestemmingsplan N282 Gilze en Rijen: ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2614

Het bestemmingsplan voorziet in de verbreding en gedeeltelijke verlegging van de provinciale weg N282. In Hulten maakt het tracé van de weg een afbuiging. Voor twee appellanten betekent dit dat de weg achter hun woning langs komt te liggen, in plaats van aan de voorzijde.

Er zijn hogere waarden vastgesteld van 53 dB en 57 dB. Volgens de raad is een dergelijke geluidbelasting niet onaanvaardbaar. De geluidbron wordt namelijk verplaatst van de voorzijde naar de achterzijde van de woningen, waar maatregelen worden getroffen door de aanleg van een aarden geluidwal. Er is bij beide woningen een geluidluwe zijde aanwezig. De waarden blijven onder de maximaal toegestane hogere grenswaarden van 58 dB.

Het is wel zo dat de maximale waarde wordt overschreden bij de berekende cumulatieve geluidbelasting. Dat komt door de samenloop van het geluid van de militaire vliegbasis met het wegverkeer. De militaire vliegbasis ligt op korte afstand, direct achter het tracé van de N282. De woningen liggen daardoor zowel binnen de zone van de weg en de zone van een bestaand industrieterrein als in een beperkingengebied als bedoeld in artikel 10.17 van de Wet luchtvaart. Er moet daarom een cumulatietoets worden verricht zoals bedoeld in artikel 110f lid 1 van de Wet geluidhinder.

De hoge cumulatieve geluidbelasting is volgens de raad aanvaardbaar, omdat deze minder hoog is dan in de bestaande situatie. Op de ene woning neemt de geluidbelasting af van 67,0 dB naar 64,7 dB. Op de andere woning neemt de geluidbelasting af van 68,8 naar 64,0 dB.

De cumulatieve geluidbelasting neemt af doordat er stil asfalt wordt gebruikt en de geluidwal van 4 meter hoogte wordt geplaatst. Een verdere afname van de cumulatieve geluidbelasting is volgens de raad niet haalbaar, omdat de hoge geluidbelasting wordt veroorzaakt door de militaire vliegbasis. Daar heeft het gemeente- of provinciebestuur niks over te zeggen. Een hogere geluidwal heeft geen effect, omdat de geluidbelasting vooral wordt veroorzaakt door stijgend en dalend vliegverkeer. Wel helpt de geluidwal om de geluidbelasting van het grondgebonden geluid dat afkomstig is van de militaire vliegbasis te verminderen.

De Afdeling oordeelt dat het college voldoende inspanningen heeft gepleegd om maatregelen te treffen – voor zover zij daartoe bevoegd is – en de resterende geluidbelasting daarmee aanvaardbaar is.

Hogere waarden 50 woningen en zorgappartementen Echteld Neder-Betuwe: ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3018

De gemeente Neder-Betuwe maakt in de kern Echteld een plan mogelijk voor 50 grondgebonden woningen. Voor iedere grondgebonden woning die hier minder wordt gerealiseerd, mag er een zorgappartement komen.

Voor dit plan is een hogere grenswaarde besluit genomen vanwege het wegverkeer op de N323. Bij 9 woningen wordt de voorkeurswaarde van 48 dB overschreden en het treffen van maatregelen is niet doelmatig.

Metaalbedrijf MDE vreest dat de nieuwe woningen de bedrijfsvoering zullen beperken vanwege de geluidemissie van het bedrijf op de nieuwe woningen. MDE heeft Peutz ingeschakeld om de geluidsonderzoeken te controleren. De argumenten van MDE tegen het plan zijn:

1) de geluidbelasting is op een te lage hoogte berekend, gelet op de maximale bouwhoogte van de nieuwe woningen en de ophogingen van het maaiveld.
2) de geluidbelasting van de bedrijfsvoering van MDE in de huidige en de toekomstige situatie is zwaar onderschat.
3) de bestaande woningen zijn naar mening van MDE niet maatgevend voor de uitbreidingsmogelijkheden van MDE.
4) de raad heeft ten onrechte een richtwaarde van 60 dB(A) gehanteerd voor het maximale geluidniveau op de gevels van nieuwe woningen in de nachtperiode in plaats van de richtwaarde van 55 dB(A) daarvoor in stap 2 van de VNG-brochure
5) er wordt uitgegaan van een te kleine bijdrage van MDE aan de cumulatieve geluidbelasting op de woningen.

De raad gaat uit van de VNG-brochure als leidraad voor de toegepaste milieuzonering. De aanbevolen richtafstand is 200 meter. Deze wordt niet gehaald. De kortste afstand tussen de gronden met de bestemming “Wonen” en de gronden van MDE is ongeveer 53 meter. De raad heeft een geluidonderzoek laten uitvoeren.

De Afdeling heeft gevraagd om een deskundigenbericht van de StAB.

De raad heeft aansluiting gezocht bij het toetsingskader voor geluid in paragraaf B5.3 van de VNG-brochure en de normen uit het Activiteitenbesluit. De raad heeft het maximale geluidniveau getoetst aan de richtwaarde daarvoor in stap 3 van dit toetsingskader. Die richtwaarde komt overeen met de geluidnormen voor het maximale geluidniveau in art. 2.17 Activiteitenbesluit. Op basis daarvan mag het maximale geluidniveau op de gevels van gevoelige gebouwen in de nachtperiode niet meer dan 60 dB(A) zijn.

In de VNG-brochure staat dat het bevoegd gezag bij stap 3 moet motiveren waarom het de geluidbelasting in de concrete situatie aanvaardbaar acht, waarbij ook de cumulatie met eventueel al aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.

Uit het geluidrapport volgt dat de geluidbelasting op de gevels op 1,5 en 5 meter hoog niet voldoet aan het maximale geluidniveau van stap 2, maar wel aan het maximale geluidniveau van stap 3 en het Activiteitenbesluit. De Afdeling ziet dan ook geen reden om vast te stellen dat dit geluidrapport niet door de raad mocht worden gebruikt ter onderbouwing van het bestemmingsplan, ook al laat het plan het toe dat de woonbebouwing 4 verdiepingen heeft. De conclusie van het geluidrapport wordt daarmee immers niet anders. Daar komt bij dat de geluidbelasting in een nader rapport ook voor de derde en vierde verdieping is berekend en voldoet aan de richtwaarde voor het maximale geluidniveau in stap 3 en de geluidnormen van het Activiteitenbesluit. De hoogte van het maaiveld is in het geluidrapport terecht op 0,00 m vastgesteld. Dit is door MDE niet betwist.

Uit het rapport van de StAB blijkt dat de bestaande woningbouw reeds een beperking is voor uitbreiding van MDE. De bestaande woningen zijn dus maatgevend. Daarbij is van belang dat gebleken is dat de geluidbijdrage voor al bestaande woningen wordt bepaald door de open deur van de inrichting en niet aannemelijk is dat de geluiduitstraling door dichte gevels en het dak hoger is. De bedrijfsbebouwing van de inrichting heeft een akoestische afschermende werking voor de voorziene woningen. Ook is de afstand tussen de bestaande woningen en de inrichting kleiner dan tussen de nieuwe woningen en de inrichting.

De Afdeling is van mening dat de raad bij de beoordeling van het maximale geluidniveau in redelijkheid uit mocht gaan van de geluidnormen van artikel 2.17 Activiteitenbesluit en de richtwaarde in stap 3 van de VNG-brochure. Daarbij is van belang dat de bedrijfsvoering van MDE niet wordt belemmerd door de nieuwe woningen. Ook is geen sprake van cumulatieve effecten, omdat er geen andere relevante bronnen van industrielawaai in de omgeving zijn en cumulatie bij piekgeluiden niet aan de orde is. Tot slot is van belang dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevels van de nieuwe woningen wel voldoet aan de richtwaarde van stap 2 van de VNG-brochure.

De argumenten van MDE tegen het bestemmingsplan zijn ongegrond. Tegen het besluit hogere waarden kan MDE niet opkomen. Deze regeling uit de Wet geluidhinder beoogt alleen de belangen te beschermen van de (toekomstige) bewoners of gebruikers van de nieuw te bouwen woningen, waarvoor de hogere waarden zijn vastgesteld. Het relativiteitsbeginsel staat in de weg aan een inhoudelijke beoordeling van de argumenten van MDE.

Bestemmingsplan Natuurpoort De Maashorst: ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2865

Deze uitspraak betreft een nieuw besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Natuurpoort De Maashorst’ dat eerder door de Afdeling werd vernietigd, omdat de belangen van het naastgelegen kampeerterrein onvoldoende waren meegenomen in de besluitvorming.

Het vernietigde bestemmingsplan maakte direct naast het kampeerterrein terrassen, evenementen en parkeervoorzieningen mogelijk. De uitbater van het kampeerterrein kwam daar met succes tegen op. De Afdeling oordeelde dat een geluidsonderzoek moest worden verricht naar de gevolgen van het plan voor het woon- en leefklimaat op het kampeerterrein. Dit is inmiddels gebeurd en het bestemmingsplan is op onderdelen aangepast.

Een relevante aanpassing is dat in de planregels meer afstand tussen horecaterrassen en de erfgrens van het kampeerterrein wordt geborgd. Belangrijk is ook dat een afwijking van deze afstand alleen kan worden toegestaan indien er een geluidsvoorziening in de vorm van een aarden wal of een hieraan gelijkende geluidwerende voorziening wordt getroffen.

De uitbater van het kampeerterrein blijft moeite hebben met dit aangepaste bestemmingsplan. Hij blijft van mening dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat op het kampeerterrein.

De raad heeft de VNG-brochure gehanteerd om de inpassing van het plan te motiveren. Dat kan, ook al is er bij tenten in feite geen sprake van een gevel. De Afdeling vindt het acceptabel om hetzelfde beoordelingskader te hanteren als voor woningen, omdat de tenten slechts korte tijd en door verschillende personen worden gebruikt.

De waarborgen die het bestemmingsplan biedt om de geluidsoverlast voor het kampeerterrein te beperken, zijn volgens de Afdeling voldoende. Er is hierbij ook rekening gehouden met het stemgeluid van terrasbezoekers. De discussie gaat over de vraag welke norm moet worden toegepast bij stemverheffing van terrasbezoekers als er meerdere mensen door elkaar heen praten. Deze discussie wint de uitbater van het kampeerterrein niet. Dat is ook het geval ten aanzien van de discussie of de planregels voor evenementen niet te ruim zijn. De planregels beperken de evenementen tot de dag- en avondperiode. Ook is aangesloten bij de nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’ (Nota Limburg). Ook hier geldt dat hoewel tenten geen gevel hebben, zoals woningen, deze nota toch relevant is omdat het de tenten telkens door verschillende personen worden gebruikt en dat gebruik slechts van korte duur is.

Laden en lossen Raadhuisplein Haren: ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2605

Het bestemmingsplan ‘Haren Raadhuisplein’ van de gemeente Groningen heeft al een woelige periode achter de rug en die periode lijkt nog niet voorbij. De Afdeling stuurt de raad nogmaals met een opdracht naar huis.

Het bestemmingsplan maakt een nieuw gebouw mogelijk op de locatie van het voormalige gemeentehuis in Haren. Op de begane grond mag een supermarkt komen, detailhandel en horeca. Op de verdiepingen worden maximaal 32 woningen mogelijk gemaakt en onder het gebouw is een parkeergarage voorzien.

Het gaat hier om de vraag in hoeverre de laad- en losactiviteiten voor de bedrijvigheid geluidstechnisch goed zijn georganiseerd, zodat omwonenden en de woningen op de verdiepingen beschermd zijn tegen geluidsoverlast. De bedoeling van het bestemmingsplan is dat het laden en lossen volledig inpandig gebeurt. Het geluidsrapport laat zien dat dit de enige oplossing is om het geluid goed te reguleren. Alleen dan kan worden voldaan aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit. Uit dit rapport blijkt ook dat de laad- en losvoorziening overkapt moet worden vanwege de daarboven op korte afstand liggende appartementen.

Op de verbeelding is een aanduiding “overdekte laad- en losruimte” opgenomen. Deze aanduiding levert op zichzelf echter geen verplichting op om een overdekte laad- en losruimte te realiseren of een verbod om te laden en lossen zolang die overdekte ruimte niet is gerealiseerd. Er zullen concrete planregels moeten worden gekoppeld aan deze aanduiding. De achterliggende bedoeling van de gemeente is nu niet goed geborgd in de planregels.

De Afdeling verklaart het beroep van de omwonenden gegrond en geeft de raad de opdracht deze fout te herstellen.

Wijzigingsplan brede school Soest: ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2647

Het wijzigingsplan voorziet in een zogeheten ‘democratische’ school. De nieuwbouw dient ter vervanging van de bestaande school. Het aantal leerlingen wordt uitgebreid van 130 naar maximaal 450. De brede school richt zich op leerlingen van 4 jaar tot 18 jaar, maar er zal ook voor leerlingen van 18-pkus tijd en ruimte zijn voor scholing en persoonlijke ontwikkeling. Het is een brede school in combinatie met kinderopvang, vergader- en studieruimten, een theehuis, gymzaal, theater, dierenverblijf, kassen en een gebouw voor klein-technische en ambachtelijke bedrijvigheid.

In het bestemmingsplan (moederplan) is geregeld onder welke voorwaarden het plan mag worden gewijzigd. Een wijzigingsplan mag worden vastgesteld indien uit akoestisch onderzoek door een deskundige is gebleken dat geluid geen beletsel vormt. Volgens een aantal omwonenden is het akoestisch rapport te beperkt van opzet en zijn niet alle relevante geluidbronnen onderzocht.

De omwonenden krijgen gelijk van de Afdeling. In het akoestisch rapport is een toetsing uitgevoerd aan de normen van het Activiteitenbesluit. Daarnaast is de indirecte hinder beschouwd. Er is echter alleen getoetst op de gevels van de woningen, zonder een aparte beoordeling in de tuinen uit te voeren.

De maximale planologische mogelijkheden zijn niet volledig getoetst. Zo is het niet uitgesloten dat de faciliteiten van de brede school overdag en ’s avonds door derden wordt gebruikt. Dat is zelfs nadrukkelijk de bedoeling en het is niet gegarandeerd dat dit slechts incidenteel zal zijn. Daarnaast zal moeten worden gekeken naar het gebruik van scooters door oudere scholieren en het laden en lossen van vrachtwagens en bestelwagens. Gezien de mogelijkheden voor medegebruik door het verenigingsleven, kan niet worden uitgesloten dat het sportveld ook buiten de dagperiode wordt benut. De houtbewerking in het gebouw voor kleine ambachten zou in de zomer ook met open ramen kunnen plaatsvinden.

Al deze geluidbronnen moeten worden betrokken in de beoordeling, nu er een ruime toetsing plaatsvindt in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Alle details kunnen ertoe doen.

Het akoestisch onderzoek zal opnieuw moeten worden uitgevoerd en mogelijk zullen de planregels op de resultaten worden aangepast. Dit leent zich kennelijk niet voor een tussenuitspraak en toepassing van de bestuurlijke lus, waarbij ook zal meewegen dat het wijzigingsplan ook op andere onderdelen te licht is bevonden. De beroepen worden gegrond verklaard en het wijzigingsplan vernietigd.

Kindcentrum Woldwijck 2: ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2860

In Midden-Groningen zijn plannen voor een integraal kindcentrum. Dit is ter vervanging van drie bestaande scholen, waarvan de gebouwen onvoldoende aardbevingsbestendig zijn.

Appellant woont op een afstand van 23 meter van het kindcentrum. De richtafstand uit de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering is 30 meter. Het duurt even voordat de gemeente onderkent dat deze richtafstand niet wordt gehaald en dus goed moet worden gekeken naar mogelijke geluidsoverlast en maatregelen die nodig zijn om die overlast tegen te gaan.

Het akoestisch rapport dat de gemeente heeft laten opstellen, stelt een aantal randvoorwaarden voor een akoestisch goede inpassing. Die randvoorwaarden zijn volgens appellant niet vertaald in de planregels. Het bestemmingsplan laat daardoor ook mogelijke invullingen toe die niet aanvaardbaar zijn. Dat er nu al een bouwvergunning is verleend voor een concreet plan, maakt dat niet anders. In de toekomst zou dat immers kunnen veranderen.

De Afdeling geeft deze buurman gelijk. Het stemgeluid van spelende kinderen zou de in de VNG-brochure aanbevolen grenswaarde van 45 dB(A) kunnen overschrijden (er wordt niet gesproken over aansluiting bij de normstelling van 50 dB(A) uit het Activiteitenbesluit). In het plan is geen regeling opgenomen om hinder van stemgeluid tegen te gaan. Overal in de bestemming Maatschappelijk zijn speelvoorzieningen toegestaan. Dat is zelfs zo binnen de bestemming Verkeer, nog dichterbij de woning van appellant.

De gemeente stelt zich op het standpunt dat in de toelichting op het bestemmingsplan is beschreven aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan qua situering van de gebouwen en het verdelen van speelterreinen. Anders dan de gemeente kennelijk denkt, is het niet mogelijk om op basis van alleen de toelichting van het bestemmingsplan een aanvraag voor een omgevingsvergunning af te wijzen of handhavend op te treden indien de randvoorwaarden niet in acht worden genomen. De plantoelichting is immers niet juridisch bindend. Van belang is bovendien dat stemgeluid buiten beschouwing blijft bij een toetsing aan het Activiteitenbesluit. Het bestemmingsplan is daarom de plek om dit zorgvuldig en juridisch bindend te regelen.

De Afdeling ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De randvoorwaarden die in de plantoelichting zijn geformuleerd, zijn niet geschikt om als regels in het plan op te nemen. Die vertaalslag moet de gemeente zelf maken.

Noot: het standpunt van de gemeente lijkt te zijn afgeleid van jurisprudentie waarbij een omgevingsvergunning wordt aangevraagd en uit het bijbehorende akoestisch rapport blijkt dat er bepaalde geluidmaatregelen nodig zijn om aan de normen te kunnen voldoen. In dat geval wil de Afdeling wel aannemen dat het akoestisch rapport en de daarin opgenomen maatregelen onderdeel zijn van de vergunning en daarmee ook bindend zijn voor de initiatiefnemer (zie bijvoorbeeld ABRvS 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3394). Een bestemmingsplan is echter een andersoortig instrument. Randvoorwaarden uit onderzoeken die onderdeel uitmaken van (de toelichting op) het bestemmingsplan, hebben geen juridische status tenzij daar concrete planregels aan zijn gekoppeld.

Kindcentrum Kolham: ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3019

De gemeente Midden-Groningen maakt ook in Kolham een kindcentrum mogelijk. De buurman die zich in dit geval zorgen maakt over geluidsoverlast woont op 20 meter afstand (de buurman van kindcentrum Woldwijck op 23 meter, zie hiervoor).

In dit plangebied bevinden zich ook al een dorpshuis, tennisbaan en ijsbaan. Daarmee is volgens de gemeente sprake van gemengd gebied en mag de richtafstand uit de VNG-brochure met een stap worden verlaagd naar 10 meter. Daar wordt wel ruim aan voldaan. Het uitgangspunt is dat de situatie dan in beginsel aanvaardbaar mag worden geacht, tenzij er feiten of omstandigheden worden aangevoerd waarom er toch sprake zal zijn van ernstige geluidhinder. Dat heeft deze buurman niet kunnen onderbouwen. Daarmee is deze geluidsdiscussie gesloten.

Wabo

Gewijzigde geluidsvoorschriften vleeskalverenbedrijf Losser: ABRvS 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2757

Een vleeskalverenbedrijf te Losser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd en ontvangen voor het wijzigen van de inrichting, omdat het bedrijf in de avond- en nachtperiode runderen wil laden en lossen. Hiervoor moeten de geluidvoorschriften worden aangepast. In de directe omgeving van de inrichting staan zeven woningen. De omgeving kwalificeert conform de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening als een ‘rustige woonwijk’. Een bewoner van een van deze woningen is in hoger beroep gegaan.

In de gewijzigde omgevingsvergunning is een verruiming van de geluidvoorschriften toegestaan. Voor de geluidgrenswaarden is aangesloten bij de berekende maximale langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus in de RBS en de incidentele bedrijfssituatie en het maximale geluidniveau. Het maximale geluidniveau wordt bepaald door het in de avond- en nachtperiode laden en lossen van runderen. Bepaald is dat het afvoeren van runderen in de nachtperiode maximaal 4 keer per jaar mag plaatsvinden. De incidentele bedrijfssituatie is drie maal per jaar aan de orde als mais wordt aangevoerd naar de kuilplaten.

Uit het geluidsrapport blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de RBS maximaal 40, 35 en 33 dB(A) is. In de incidentele bedrijfssituatie is sprake van een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 44, 35 en 33 dB(A). Het maximale geluidniveau is 65, 60 en 60 dB(A).

De bewoner betoogt onder andere dat:
1) er geen referentiemeting is verricht om het omgevingsgeluid vast te stellen.
2) de voorschriften ruimer zijn dan nodig en ontoereikend om geluidhinder te voorkomen.
3) er geen onderzoek is gedaan of de BBT worden toegepast.
4) niet duidelijk is wat ‘incidentele bedrijfssituatie’ inhoudt en hoeveel dagen hiervan sprake mag zijn.
5) niet duidelijk is welke bestaande geluidvoorschriften blijven gelden.

De Afdeling oordeelt dat de geluidvoorschriften terecht zijn opgenomen. Het geluidrapport volgt immers de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, waarin ingeval van een rustige woonwijk de richtwaarden 45, 40 en 35 dB (A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau worden genoemd en waarin is vermeld dat de maximale geluidniveaus niet hoger mogen zijn dan 70, 65 en 60 dB (A). Aan deze normen voldoet de inrichting, aldus de Afdeling. De toegestane geluidbelasting is gelijk aan de berekende geluidbelasting per woning tijdens de representatieve en de incidentele bedrijfssituatie. De geluidgrenswaarden zijn in de omgevingsvergunning zelfs lager vastgesteld. Daarom was het niet nodig om een referentiemeting van het omgevingsgeluid te verrichten. Het college heeft bovendien toegelicht dat het omgevingsgeluid niet goed gemeten kan worden omdat de inrichting vanwege de continue aanwezigheid van dieren niet buiten werking kan worden gesteld.

De argumenten van het college dat de nachtelijke laad- en losactiviteiten vanuit welzijnsoogpunt wenselijk zijn omdat de buitentemperatuur dan lager is en omdat de runderen tijdig bij de slachterij moeten zijn, worden door de Afdeling geaccepteerd. Deze activiteiten zijn bovendien beperkt tot maximaal vier maal per jaar en daarmee is niet meer vergund dan nodig. Tenslotte blijkt volgens de Afdeling uit het geluidrapport welke BBT in de inrichting kunnen worden toegepast om de geluidbelasting op de omgeving te voorkomen of beperken. De Afdeling is daarom van mening dat dit onderzoek is verricht.

Ten aanzien van de vermeende onduidelijkheid over de ‘incidentele bedrijfssituatie’ stelt de Afdeling dat er geen sprake is van onduidelijkheid, omdat in het geluidrapport duidelijk is vermeld dat het gaat om de drie dagen waarop de mais wordt aangevoerd naar de kuilplaten. Daarnaast verschilt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van de RBS t.o.v. de incidentele situatie nauwelijks. Het concreet beperken van het aantal dagen voor de incidentele bedrijfssituatie is daarom niet nodig.

Ook volgt de Afdeling de bewoner niet in zijn laatste argument, omdat in de gewijzigde omgevingsvergunning staat vermeld dat ‘de eerdere geluidvoorschriften zijn vervallen’. Onduidelijkheid over de geldende geluidvoorschriften is dus niet aan de orde.

Relevant punt is nog wel, dat de bewoner eerder bij de Rechtbank gelijk kreeg omdat het college niet duidelijk had gemotiveerd waarom de verruimde geluidsvoorschriften nodig waren voor deze inrichting en omdat niet helder was op welke activiteiten het voorschrift over het maximale geluidniveau van toepassing was. Een goede motivering van geluidnormen, zeker als deze verruimd worden, is dus altijd belangrijk!

Afvalinzameling

ORAC Noordwijk: ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2989

In het vorige jurisprudentieoverzicht poneerde ik de stelling dat beroepsprocedures tegen de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) zelden succesvol zijn. Die stelling handhaaf ik voorlopig, al moet ik hierbij melding maken van een uitspraak waarbij het beroep van een bewoner gegrond is verklaard.

In Noordwijk is een ORAC geplaatst op slechts 1,5 meter afstand van de tuin van appellant. Deze bewoner betoogt dat zijn belangen onvoldoende zijn meegewogen in het besluit van de gemeente om deze locatie aan te wijzen.

De gemeente stelt dat er met nieuwe ORAC’s wordt gewerkt, die zijn voorzien van een trommel die afgewerkt is met rubberen doppen. Toch blijkt uit akoestisch onderzoek dat er nog steeds relevante geluidhinder optreedt. Daarbij is getoetst aan de richtwaarde voor een rustige woonwijk uit de VNG-brochure, als indicatie van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De berekende piekgeluidniveaus overschrijden deze richtwaarden met 9 dB in de dagperiode tot 15 dB in de nachtperiode. Dit geluid wordt niet alleen veroorzaakt door het open en dichtdoen van de verzameltrommel, maar ook doordat de twee delen van de verzameltrommel die om elkaar heen draaien bij het openen en sluiten van de ORAC rammelen.

Het is de vraag of maatregelen tegen dit gerammel afdoende zullen zijn, nu de ORAC wel erg dicht op de woning staat. De Afdeling vernietigt het plaatsingsbesluit. De gemeente moet binnen 10 weken een nieuw besluit nemen en daarbij onderzoeken of geluiddempende voorzieningen kunnen worden getroffen, of dat er een geschiktere locatie is voor deze ORAC.

Nieuws

  • Actualiteiten jurisprudentie geluid - 'winterse' februari 2021

    Onderstaand artikel schreven Daniëlla Nijman en Janneke van Eekeren voor...
    Lees meer >>
  • Actualiteiten jurisprudentie geluid - december 2020/januari 2021

    Onderstaand artikel schreven Daniëlla Nijman en Janneke van Eekeren voor...
    Lees meer >>
  • Actualiteiten jurisprudentie geluid - november/december 2020

    Onderstaand artikel schreven Daniëlla Nijman en Janneke van Eekeren voor...
    Lees meer >>
meer nieuws >>


Twitter




Halsten advocaten

T: 085 488 59 80
F: 085 488 59 81
E: info@halstenadvocaten.nl
KvK: 59757299

Amsterdam

Sarphatistraat 7
1017 WS Amsterdam

Eindhoven

High Tech Campus 9
5656 AE Eindhoven