Agile software ontwikkeling – bezint eer ge begint

Door Robbert Henneman

In een recente uitspraak gewezen tussen softwareontwikkelaar Betty Blocks en leegstandbeheerder De Vastgoedbeschermer (VGB) geeft de rechtbank een oordeel over een onsuccesvol verlopen agile software-ontwikkeltraject. Ondanks dat de rechter oordeelt dat Betty Blocks al vroeg in het agile ontwikkelproces tekort is geschoten pakt de zaak voor VGB toch niet goed uit.

De casus
Betty Blocks zou op basis van de agile methode voor haar klant VGB een digitaal administratiesysteem ontwikkelen in een viertal sprints. Na de eerste sprint gaat het echter al mis. VGB is niet in staat de na de eerste sprint ontwikkelde software zelfstandig te testen en vraagt Betty Blocks om hulp. Die hulp wordt onvoldoende geboden waardoor VGB de software niet goed kan testen en het ontwikkeltraject in de loop van sprint 2 tot stilstand komt. Daarnaast rijst er een discussie over functionaliteiten die geen onderdeel zouden zijn van de oorspronkelijke offerte en die door Betty Blocks daarom worden aangemerkt als meerwerk. Beide partijen betrekken hun advocaat in het geschil. VGB stopt vervolgens met betalen en Betty Blocks stopt met ontwikkelen. VGB wil van de overeenkomst af en doet een beroep op ontbinding van de overeenkomst vanwege wanprestatie door Betty Blocks.

De automatiseerder schiet als deskundige partij tekort
De rechtbank stelt dat Betty Blocks als deskundig automatiseerder haar klant VGB als onervaren opdrachtgever in agile projecten adequaat had moeten begeleiden bij het testen van de tussentijds opgeleverde software. Deze begeleiding door Betty Blocks heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende plaatsgevonden. De rechtbank komt vervolgens tot het oordeel dat Betty Blocks haar zorgplicht van een goed opdrachtnemer daardoor heeft geschonden. Er is daardoor sprake van een tekortkoming in de nakoming door Betty Blocks. Bij het oordeel wordt meegewogen dat Betty Blocks in de offerte voor zichzelf een ruim budget voor projectmanagement had gereserveerd, zodat adequate begeleiding van VGB op haar weg lag. Ook was volgens de rechtbank van belang dat het testen van de tussentijds opgeleverde software noodzakelijk was voor de voortgang van het project.

Tot zover volg ik de rechtbank op basis van de in de uitspraak genoemde feiten en omstandigheden. Als je als softwareontwikkelaar een onervaren klant voorstelt om volgens de agile methode te ontwikkelen, je jezelf daarbij als projectmanager opwerpt en daar een ruim budget voor in rekening brengt ligt het op de weg van de softwareontwikkelaar om de klant intensief te begeleiden in het agile ontwikkelproces. Laat je dit na, dan schiet je als opdrachtnemer al snel tekort.

Geen schuldeisersverzuim wel tekortkoming mede door toedoen van VGB
Nadat is vastgesteld dat er sprake is van een tekortkoming door Betty Blocks en dat VGB bevoegd is de overeenkomst te ontbinden neemt de zaak een verassende wending. Betty Blocks heeft VGB in de loop van de samenwerking laten weten dat enkele door VGB gewenste functionaliteiten aangemerkt dienen te worden als meerwerk, omdat deze functionaliteiten geen onderdeel uitmaken van de oorspronkelijke offerte. Naast de reeds lopende discussie over het testen leidde dit standpunt van Betty Blocks (uiteraard) tot een nieuwe discussie. VGB gaf aan niet bereid te zijn om Betty Blocks voor het meerwerk te betalen. De rechtbank rekent VGB dit standpunt over meerwerk zwaar aan. Volgens de rechtbank leidt het innemen van dit standpunt er mede toe dat de overeenkomst niet meer correct nagekomen werd door Betty Blocks. Dat standpunt is opvallend omdat de rechtbank tegelijkertijd oordeelt dat er geen sprake is van een schuldeisersverzuim aan de zijde van VGB. De rechtbank oordeelt dus dat VGB de nakoming van de overeenkomst door Betty Blocks niet heeft verhinderd. Desondanks leidt het meerwerk standpunt van VGB er volgens de rechter toe dat ontbinding ten aanzien van een groot gedeelte van de reeds door Betty Blocks verrichte werkzaamheden niet gerechtvaardigd is. VGB dient Betty Blocks voor deze werkzaamheden ondanks de geconstateerde tekortkoming toch te betalen.

Aangezien het geschil tussen partijen van meet af aan draaide om het vastlopen van het project vanwege onvoldoende begeleiding bij het testen door Betty Blocks, de sommatie en ingebrekestelling van VGB ook zo zijn ingestoken en er volgens de rechtbank geen sprake is van schuldeisersverzuim van VGB lijkt me dit een onwenselijke uitkomst. Dat zou anders zijn als Betty Blocks nakoming van de overeenkomst voor de ontbinding zou hebben aangeboden en VGB hierop uitdrukkelijk zou hebben aangegeven dat zij geen genoegen zou nemen met software zonder de functionaliteiten die door Betty Blocks werden aangemerkt als meerwerk. Dit blijkt echter niet uit het feitencomplex.

Lessons learned
In ieder geval zijn er twee lessen te trekken uit deze zaak. Agile werken vereist een gedegen voorbereiding waarbij partijen zich goed bewust moeten zijn van hun rol in het agile ontwikkelproces. Van ervaren softwareontwikkelaars mag verwacht worden dat zij klanten die minder bekend zijn met de agile methode adequaat begeleiden. Flexibiliteit in softwareontwikkeling door toepassen van de agile methode betekent niet dat het proces niet gestuurd hoeft te worden. Integendeel, bij agile ontwikkeling zijn duidelijke afspraken over tijdlijnen, verantwoordelijkheden en prestaties juist van groot belang. Het is zaak om deze afspraken voor aanvang van het project goed vast te leggen en zo nodig ter herijken in de loop van het project.

Ten tweede is het zaak om de consequenties van de tijdens een geschil in te nemen standpunten vooraf goed te beseffen. In dit geval kwam het standpunt over meerwerk VGB duur te staan. De rechtbank rekende VGB af op dit standpunt omdat het mede geresulteerd zou hebben in het niet afronden van de werkzaamheden door Betty Blocks. Had VGB dit standpunt niet ingenomen dan had zij de overeenkomst wellicht in zijn geheel kunnen ontbinden en was zij Betty Blocks niets verschuldigd geweest.

Hoger beroep
De uitkomst van de zaak zou in hoger beroep heel anders uit kunnen pakken. De wijze waarop de rechtbank VGB afrekent op haar meerwerk standpunt is moeilijk te rijmen met het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake is van schuldeisersverzuim. Als daarnaast het meerwerk standpunt van VGB inderdaad zou moeten leiden tot een gedeeltelijke in plaats van een gehele ontbinding van de overeenkomst, dan verdient dit een uitgebreidere motivering.

Een oordeel over een beroep op de tenzij-bepaling van artikel 6:265 lid 1 BW (ontbinding tenzij de geringe betekenis of bijzondere aard van de tekortkoming een ontbinding niet rechtvaardigt) vergt een afweging van de belangen van de schuldenaar en de schuldeiser bij instandhouding en ontbinding van de overeenkomst. Deze afweging lees ik niet terug in de uitspraak. Wordt vervolgd …?

Contactgegevens:
robbert.henneman@halstenadvocaten.nl
Cruquiusweg 111 G
1019 AG Amsterdam
M 06 1417 0123
T 085 488 59 80

Afbeelding: Creative Commons License bron: https://flic.kr/p/8QjDJy

Nieuws

  • Actualiteiten jurisprudentie geluid - juli 2019

    Onderstaand artikel schreef Daniëlla Nijman voor www.geluidnieuws.nl
    Lees meer >>
  • Actualiteiten jurisprudentie geluid - juni 2019

    Onderstaand artikel schreef Daniëlla Nijman voor www.geluidnieuws.nl
    Lees meer >>
  • Toezeggingen van ambtenaren: wat voor waarde hechten we daaraan?

    Voor 29 mei 2019 – juridisch gezien – doorgaans niet zo veel. Na de...
    Lees meer >>
meer nieuws >>


Twitter




Halsten advocaten

T: 085 488 59 80
F: 085 488 59 81
E: info@halstenadvocaten.nl
KvK: 59757299

Amsterdam

Cruquiusweg 111G
1019 AG Amsterdam

Eindhoven

High Tech Campus 9 (K 0.17)
5656 AE Eindhoven